Gedichten en liederen over kantklossen
Er bestaan gedichten en liederen over het kantklossen. Sommigen oud en sommigen nieuw.
Oudere liederen werden toendertijd tijdens het klossen gezongen. In sommigen plaatsen klossten de vrouwen gezamelijk en zongen daarbij.
Een gedicht van mijn vader:
Bij 't kussen met veel klosjes
ziet men hoe zij keer op keer
ogenschijnlijk heel losjes
stokjes werpt heen en weer.
Toch moet ik u vermelden
hoe zij met strak beraad
langs de vele spelden
geleidt elk dunne draad.
Zo wordt het tere kant
een kunstwerk van een vrouwenhand.
Jan Uitentuis 12 juni 2001

Een gedicht over een reisje naar Brugge
Een Brugge - trip
In een deurtje zien wij een oud vrouwtje
maar smijten met de touwtjes.
Haar ogen kijken, omdat wij niet begrijpen. . .
Zachtjes zegt zij met een lach:
Dit is een linnenslag.
In haar hand heeft zij iets plezants.
Is het een pijpje of een stokje?
Haar ogen kijken, omdat wij niet begrijpen. . .
Zonder blos zegt ze losjes:
Dit zijn mijn klosjes.
Hoe prachtig is die anemoon
en die klaproos spant de kroon. . .
Haar ogen kijken, omdat wij niet begrijpen. . .
Zegt ze heel galant:
Dit is Brugse kant.
Wij gaan dan maar, dag mevrouwtje.
Klos maar voort met uw boutjes.
Haar ogen kijken, omdat zij nu niet begrijpt
Wat wij nu weten dank zij haar,
genietend van het kantgebaar.
Mevr. Ingena - Gysegem uit De Klinge

