Duchesse kant
Duchesse is een in delen gekloste kant, die ca. 1850 is ontstaan. Oneerbiedig gezegd is het een aftreksel van de Vieux Bruxelles en de Vieux Brabant. Net als in het Brugs Bloemwerk zijn bloemen de voornaamste motieven. Daarnaast zijn natuurlijk ook bladeren en guirlandes van de partij. De Duchesse is veel fijner en sierlijker van het Brugs Bloemwerk.
Aan de rand van de motieven wordt een contourdraad meegeklost of er wordt een reliëf langs geklost. Dit gebeurt ook op de bladnerven. Verder kent de Duchesse een beperkt aantal vullingen in de motieven, b.v. tule en halve slag. De achtergrond wordt over het algemeen gevormd door een vlechtvulling.
De Duchesse is in België ontwikkeld en dankt haar naam aan Marie Antoinette Hertogin van Brabant, de echtgenote van Koning Leopold II van België.
We kennen de Duchesse de Bruges (geheel geklost) en de Duchesse de Bruxelles. Kenmerkend voor de laatste zijn de naaldkant medaillons en bloemen, soms met dubbele blaadjes.
Ook in Nederland werd Duchesse geklost. Zo werd in 1907 een "Handleiding tot het vervaardigen van Duchessekant" door mej. L.W. Nulle uitgegeven. Op de kantafdeling van de Rijksschool voor Kunstnijverheid in Amsterdam en op de Koninklijke Kantwerkschool "Koninging Sophie der Nederlanden" in Sluis werd Duchesse onderwezen. Vooral de laatste was daarom bekend. Vandaar dat men in Nederland ook wel sprak over de Sluise Duchesse.
Hieruit is in de jaren 80 van de 20e eeuw de Withof Duchesse ontstaan. Zuster Judith van het klooster Withof in Etten-Leur ontwikkelde nieuwe technieken zoals het afrollen van de motieven. Hierbij worden de paren als een bundel langs het motief gelegd en door één van de draden vastgezet. Dit vormt een strakke, dikkere rand om het motief. Bovendien zijn de motieven dichter gewerkt als in de andere Duchesse kanten.
