Skåne
De Skåne kant is een kant met doorlopende draden, die in enen van boven naar beneden wordt geklost. Het is over het algemeen een dicht kant. Omdat in de tijd, dat de Skåne kant ontstond, spelden duur en schaars waren, werden deze zo weinig mogelijk gebruikt en wel alleen aan de kant.
Om dit kant dus mooi te klossen is veel oefening vereist, omdat de draden zo aangetrokken moeten worden, dat ze netjes op hun plaats blijven en niet te veel uit elkaar wijken.
De patronen werden van klosster op klosster doorgegeven, mondeling of met een voorbeeld. De spelden werden op het oog neergezet, waarbij de geruite of gestreepte stof, waarmee de kussens bekleed waren als hulpmiddel diende.
Er werden over het algemeen van traditionele motieven gebruik gemaakt, die typsiche volksnamen hebben, zoals het grote varkenssnuitje en het oude varkenssnuitje. Vaak ook werden kanten gecombineerd, bv. tussenzetsels met randen als de varkenssnuitjes. Hierdoor konden de kanten in breedte variëren.
In 1999 heb ik de applicatie cursus Skåne kant van de NKO (Nederlandse Kant Opleiding) gevolgd. Daar hebben we natuurlijk veel zelf geklost, maar ook veel getekend. Oude kanten uit boeken opnieuw in patroon gezet en natuurlijk ook zelf ontworpen. Hoewel de kant vrij geometrisch is, het lijkt qua opbouw wel wat op Torchon, maar dan met alleen spelden aan de kant, kun je heerlijk mee spelen. Ben je zelf niet zo creatief, kun je er heel goed kruissteekmotieven in verwerken.
